“Burgers eisen van alles, maar willen niet betalen”

Voor Pieter Bouw, pluimveehouder in Gelderland, is de roep om dierenwelzijn een blok aan zijn been. Niet omdat het welzijn van zijn dieren hem niet interesseert. Maar omdat de samenleving steeds meer van hem eist, maar daar niet voor wil betalen.

Mijn naam is Maurice van der Spek. Ik ben journalist, en ik ben op zoek naar een eerlijke waardering van de makers van ons eten. Ik hoor verhalen over misstanden: van onderbetaalde Nederlandse champignonkwekers tot aan slavernij in de visserij in Thailand. Daarom wil ik weten hoe het kan dat we de makers van ons eten misprijzen – door hoe we ze betalen en hoe we met ze omgaan – en hoe het anders kan. Ik ben in gesprek met iedereen die ook maar iets te maken heeft met de productie van ons eten. Ook jij dus. Praat je mee?

Worden de mensen die ons eten maken eerlijk behandeld? “Ja”, antwoord Pieter Bouw stellig op mijn vraag. 

“Is het sexy om als jongere in de veehouderij te gaan werken? Nee. Zijn er mensen die dat toch willen? Ja. Zijn er voldoende Nederlanders die in de sector willen werken? Nee. Met name de grote Nederlandse agrarische bedrijven hebben veel mensen in dienst uit landen als Polen, Joegoslavië, Litouwen en Oekraïne. Worden die mensen eerlijk behandeld? Ik denk van wel. Net als in andere sectoren zijn wij verplicht volgens de cao te werken. En de onze is geen slechte cao, vind ik.”

De roep om dierenwelzijn

Pieter en zijn vrouw Melanda zelf hebben alleen Nederlanders in dienst. “Drie vaste werknemers en in de weekenden schooljongens, en meisjes trouwens”, voegt Pieter daar aan toe, “om de vaste krachten te ontlasten.” Ik ben over de vloer bij een familiebedrijf dat door de jaren heen steeds meer is gaan specialiseren. “Mijn opa had melkkoeien, vleeskalveren en legkippen. In de jaren ’70 kwamen daar vleesvarkens bij. In 2019 zijn alleen de legkippen en vleesvarkens over, maar in grotere getalen. Zo’n 180.000 kippen en 1400 varkens.” Daarmee is Drie-P B.V. een middelgrote Nederlandse pluimveehouderij. De grootste bedrijven houden tot een half miljoen kippen op één locatie en het gemiddeld aantal kippen ligt rond de 70.000 per bedrijf, vertelt Pieter.

Pluimveehouder Pieter Bouw

Als het aankomt op betaling vindt Pieter dat werknemers in de sector eerlijk worden behandeld. Echter op het vlak van dierenwelzijn is hij zwaarmoediger. “Als bedrijf produceren wij kolonie-eieren, in de volksmond ook wel ‘kooi-eieren’ genoemd. Ons product wordt met name verkocht aan restaurants en hotels, niet aan supermarkten. Onder druk van ngo’s besloten supermarkten de verkoop van kooi-eieren te beëindigen, want ngo’s accepteren ons huisvestingssysteem voor kippen niet. Men vindt dat het systeem dieronvriendelijk is, maar kan niet goed onderbouwen waarom.”

“In onze samenleving is de burger gaan besluiten wat een dier fijn vindt. Een burger zegt: ‘ik vind het leuk om te wandelen in het bos, dus zal een dier dat ook wel leuk vinden.’ Ook al stroken die ideeën totaal niet met het natuurlijke gedrag van een dier.”

volg mijn zoektocht

Volg mijn zoektocht per e-mail of via social media. Óf maak ‘m live mee en ga mee naar m’n volgende interview ›

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Het eerlijke verhaal

Waar het Pieter om te doen is, ontdek ik, is het eerlijke verhaal. “Maar dat wordt niet verteld. Ngo’s, de pers en de kanalen die de burger echt bereiken, laten een deel van het verhaal weg.”

“Het eerlijke verhaal is dat een kip inderdaad in een kooi zit. Maar een Nederlandse kooi ziet er totaal anders uit dan een kooi in Rusland, Oekraïne, Brazilië of de Verenigde Staten. Dan praat je over kooien zoals we die hier 20 jaar geleden hadden. Met kippen die leven op een A4’tje, en ook niet verder komen dan dat A4’tje. In ons bedrijf heeft iedere kip twee A4’tjes aan eigen oppervlakte. Als groep zitten ze in een grotere kooi waar weliswaar meer kippen in zitten, maar hebben ze ook toegang tot zitstokken op verschillende niveaus, een legnest en strooiselvoorzieningen.”

“Als agrarische sector zijn we niet bij machte om de burger te bereiken met dit verhaal. We zijn te klein, hebben het geld er niet voor en zijn onderling verdeeld. De sector als geheel is erg productief. Met onze omzet en ons aandeel in bruto export streven we alle multinationals in Nederland voorbij. Maar het aantal werkenden, en dus stemgerechtigden, is erg klein.”

Het is niet zo dat de landbouw multinationals voorbijstreeft op het vlak van omzet en export. Volgens het CBS waren multinationals in 2013 goed voor twee derde van de omzet van het Nederlandse bedrijfsleven en meer dan 80% van de waarde van uitgevoerde goederen kwam in dat jaar voor rekening van multinationals (zie pagina 10 en 11 van de Internationaliseringsmonitor 2015, derde kwartaal).

“Daarnaast blijven de deelsectoren te veel voor zichzelf vechten. Ook individuele ondernemers doen dat. Vroeger kon dit, maar supermarkten zijn gaan clusteren. Dat werkt nu tegen ons; supermarkten spelen het spelletje ‘verdeel en heers’. En niemand die daar paal en perk aan stelt. Als één veehouder zou stoppen met leveren voor de lage prijs die supermarkten eisen, staat er wel weer een ander op. Samenwerkingen gaan goed zo lang er geld verdiend wordt. Maar zodra de stroom opdroogt, springen de kikkers uit de emmer. Dan zoeken partijen het ineens elders, waar ze wel net het hoofd boven water kunnen houden.”

“Als sector zouden we manieren moeten zien te vinden om het eerlijke verhaal te vertellen. Maar niemand die dat durft. Er is niemand die z’n nek uitsteekt en start. Natuurlijk zijn er goede initiatieven, zoals Team Agro NL en de Boerburgertweet. Maar we hebben ook de overheid nodig. En die trekt naar de massa, die zal het niet voor ons opnemen.”

Het voortbestaan van het oneerlijke verhaal resulteert volgens Pieter in weerstand tegen de agrarische sector aan de kant van de burger. “En dat beïnvloedt de politiek weer. De politiek voert wet- en regelgeving door om die burger maar tevreden te stellen. Hun doel is enkel zieltjes winnen, kiezers binnenhalen.”

Burgers vs consumenten

Ik weet niet of ik het met Pieter eens ben. Ook mij lijken twee A4’tjes wat weinig voor een kip. Maar dit zie ik wel: ook ik word gevoed door beelden en verhalen. Ik ben stadser dan stads en heb weinig idee van de natuurlijke leefomgeving van een dier. Maar ik heb wel stemrecht. Mijn stem wordt mede beïnvloed door berichten die ik niet kan plaatsen, niet kan contextualiseren. Goede kans dus dat mijn stem bijdraagt aan wetgeving die een boer als Pieter vastzet. Wie ben ik om te bepalen wat goed is voor een dier dat leeft om mij van eten te voorzien? En als ik dat dan bepaal, ben ik dan ook bereid om te betalen voor de implicaties van mijn keuze?

Pieter ziet een sector die steeds verder wegzakt door de door ngo’s gevoede en burgers gekozen wetgeving. Tegelijk handelt die burger voor het schap niet altijd naar zijn eigen mening, vindt Pieter. “Ik maak onderscheid tussen burgers en consumenten omdat een burger van alles vindt, totdat hij moet betalen. In de winkel kiezen burgers voor hetgeen recht voor hen staat of onderin, waar producten het goedkoopst zijn. De gemiddelde consument roept buiten de winkel dat dierenwelzijn en duurzaamheid belangrijk zijn, maar voor het schap handelt ‘ie daar niet naar. In de sector weten we dat uit ervaring.”

“Een burger vindt van alles, totdat hij moet betalen.”

“Het is meten met twee maten. Kooi-eieren uit Oekraïne naar Nederland laten komen om te verwerken in de pasta’s en koekjes vindt men prima. Maar van de pluimveehouders in eigen land wordt tegelijkertijd van alles verlangd. Verlangens, die kosten met zich meebrengen voor boeren die onderwijl moeten opboksen tegen dat goedkope spul uit Oekraïne. Of waar het dan ook vandaan komt, dat maakt niet eens zoveel uit. Het gaat erom dat boeren in die landen meer wettelijke speelruimte krijgen. En dat zijn ook landen binnen de Europese Unie.”

Dieptepunt

Pieters verhaal komt samen in een dieptepunt. Alle drukpunten samen resulteren in maar één ding, stelt hij: “een lage opbrengstprijs. Zonder omkijken krijgen wij kreten als dierenwelzijn en verduurzaming over ons uitgestort. ‘Lossen jullie het maar lekker op, maar we betalen er niet voor. De eieren uit het buitenland zijn goedkoper, dus voor die van jullie gaan we echt niet meer betalen.’ Maar dat kan niet. We kunnen niet voor niets werken.”

Drie-P B.V.

“Je ziet al jaren dat de Nederlandse productie hierdoor daalt. Bedrijven redden het gewoon niet meer. En vervolgens verplaatsen we die productie naar het buitenland, waarvan we weten dat de standaarden er slechter zijn dan in Nederland.”

“Een aantal jaar geleden hadden we een tweede kamerlid van de Partij van de Dieren op bezoek bij ons op het bedrijf. Ze werd er ziek van, zei ze. Dat mag. Haar ideaalbeeld is dat iedereen zelfvoorzienend wordt. Maar ze zag ook dat iedereen een koe, een kip en een varken in de achtertuin laten houden, niet reëel is. Dus wil ze terug naar kleinschalige landbouw zoals we die hadden in de jaren ’60, met 400 à 500 kippen per boer. Ik vind het prima, hoor. Maar dan ga ik er ook vanuit dat u €0,30 voor mijn eieren betaalt, en niet €0,05. Want om in deze tijd als boer een fatsoenlijk inkomen te verdienen, heb je schaal nodig.”

Kun je mijn zoektocht waarderen?

Met jouw steun kan ik mijn werk toegankelijk én onafhankelijk houden, vrij van wiens invloed of belang dan ook. Help je me zoeken naar een eerlijke waardering van de makers van ons eten?