“Door schaarste zouden mensen weer respect voor de boer krijgen”

Mijn zoektocht naar een eerlijke waardering van de makers van ons eten voert me deze week langs een kippenboer en zijn vrouw die niet minder dan 120.000 kippen verzorgen. We praten over de invloed van de media, de hoge kostenposten die winsten onder druk zetten en de macht van supermarkten. Én hun oplossing voor dit alles: schaarste.

Dit portret is onderdeel van mijn zoektocht naar een eerlijke waardering van de makers van ons eten. Ik lees verhalen over misstanden die variëren van onderbetaling van Nederlandse boeren tot aan uitbuiting op cacaoplantages in West-Afrika en slavernij in de visserij in Thailand. Waar dit gebeurt, vind ik dat onrechtvaardig. En wil ik het niet langer financieren met mijn aankopen.
 
Daarom wil ik weten op welke schaal we de makers van ons eten onderwaarderen, welke oorzaken hieraan ten grondslag liggen én hoe het anders kan.
 

Door de voedselsector heen en erbuiten ga ik het gesprek aan. Het artikel dat je nu leest, is een portret van zo’n gesprek. Van één perspectief. Hoor en wederhoor zit ‘m niet zozeer in dit portret, maar in mijn hele zoektocht. 

Praat je mee? Ik stap er met open vizier in, en heb jouw hulp hard nodig om te duiden wat ik leer en tot evenwichtige antwoorden op mijn vragen te komen.

Dit gesprek versla ik anoniem. De boer en boerin waar ik aan tafel zit hebben zulke slechte ervaringen met de media, dat ze niet meer herkenbaar naar buiten willen treden. Journalistiek gezien heeft een anoniem interview weinig waarde. Een bron die je niet kunt natrekken, heeft weinig autoriteit. Hoewel verhuld kies ik er toch voor om het gesprek op papier te zetten. Hun negatieve ervaringen met de media en het wantrouwen dat daardoor is ontstaan, zegt ook iets over de manier waarop we de makers van ons eten waarderen. En wat deze mensen te zeggen hebben, kan ik staven aan andere interviews, mijn eigen kennis en die van jou. Praat vooral mee onder het artikel en laat het me weten als je de zaken anders ziet.

Goed je verhaal kunnen brengen

Ik schuif aan de keukentafel bij een boerenechtpaar dat door de jaren heen een aantal keer in het nieuws geweest. Dat had pijnlijke gevolgen. “Als je in de media naar buiten wilt komen, moet je je verhaal heel goed kunnen vertellen. En vooral geen emotie laten zien. Want dan stel je jezelf kwetsbaar op en pakken ze je nog harder. Als je je verhaal niet goed kunt overbrengen, dan moet je het gewoon niet doen. Dan schiet je er niets mee op, dan maak je het alleen maar erger voor jezelf en voor de sector. Wij zijn er niet geschikt voor gebleken, dus kunnen maar beter buiten de schijnwerpers blijven. Ze hebben ons een paar keer goed te pakken gehad. Daar hebben we gewoon geen zin meer in. Slecht nieuws verkoopt beter dan goed nieuws en de media wil alleen maar die negatieve kant op. In het eerlijke verhaal zijn ze niet geïnteresseerd, want dat is geen nieuws.”

Toch mag de sector van mijn gesprekspartners in het nieuws komen. “Dingen die niet goed gaan, mogen benoemd worden. Maar we zijn een kleine groep en dus kwetsbaar. We zijn makkelijk te pakken. Overigens zitten we helemaal niet neerslachtig in ons werk, hoor. Maar qua media hebben we het een beetje gehad.”

eieren in gras

Dat mijn gesprekspartners niet uitblinken in het vertellen van hun verhaal, daar kan ik me bij aansluiten. Ik ontdek inconsistenties – delen van hun verhaal spreken andere tegen – en bel achteraf terug om écht scherp te krijgen wat ze nou precies bedoelen. Toch maakt dit hun verhaal voor mij niet minder relevant. Hun ervaringen vullen mijn zoektocht in, of ze die nu goed kunnen overbrengen of niet. Hoe dan ook spijt het me dat ze zó beschadigd zijn geraakt dat ze niet meer in de openbaarheid met me durven praten. Het vertrouwen in de media blijkt poreus. Het is niet de eerste keer dat ik een wantrouwende reactie krijg wanneer ik mezelf presenteer als journalist.

Scheef

We praten verder over het onderwerp waar ik eigenlijk voor kwam. Kan ik ervan uitgaan dat de makers van ons eten eerlijk worden gewaardeerd? De boer legt uit dat de prijs van een product in de meeste sectoren wordt bepaald door de verkopende partij. Bij hen ligt dat anders. “In ons geval wordt de prijs voor ons bepaald, door vraag en aanbod. Dat noem je een prijsnotering. Ieder jaar spreken we met onze handelaar een percentage af dat we bovenop de notering krijgen. Vervolgens verandert de prijsnotering wekelijks. Het percentage is vast, de notering verandert. Zo geven we iedere week onze eieren mee, maar horen we pas achteraf wat we ervoor krijgen.”

“Dat kan €0,08 per ei zijn, maar ook €0,06. En dat is raar, zo hoort het niet. De ene keer krijg je een goede marge, de andere keer zit je onder je kostenprijs. Is dat eerlijk?”

Mijn gastheer denkt van niet. Hij zegt dat een cent verschil misschien nihil lijkt – op het aantal eieren dat hier wordt gelegd blijkt het tegendeel waar. Een kip legt in het beste geval 6,5 eieren per week. Met 120.000 kippen op het terrein zijn dat maximaal 780.000 eieren in de week. €0,01 maal 780.000 eieren is toch zomaar een verschil van €7800. Ik reken door en kom uit op een jaaromzet van zo’n €3 miljoen. Het lijkt een astronomisch bedrag. Maar we moeten het dan ook nog hebben over de kosten.

volg mijn zoektocht

Volg mijn zoektocht per e-mail of via social media.

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

De verkoop van de eieren verloopt via een zogenaamd pakstation. Mijn gesprekspartners worden betaald door het pakstation. Via het pakstation komen de eieren – in het geval van mijn gastheer en -vrouw gaat het met name om scharreleieren, voor een beperkt deel om vrije uitloop-eieren – uitsluitend in Duitse supermarkten terecht.

“Het ene jaar verdien je bovenmaats, het volgende jaar kun je niet op vakantie. Ook schommelt de prijs door het jaar heen: met kerst en Pasen krijgen we meer voor onze eieren, in de zomer minder, omdat er dan minder wordt geconsumeerd. Echter het scheve is: supermarktprijzen bewegen niet mee. De prijs die je als consument betaalt verandert niet wekelijks.”

Ik ga op onderzoek uit en ontdek dat Wageningen UR sinds 1980 de prijs van eieren bijhoudt, sinds 2005 van scharreleieren. En inderdaad, de prijs van scharreleieren schommelt sterk. Ik bespeur een aantal pieken.

prijzen van scharreleieren sinds 2005
Bron: Agrimatie.nl, 18 april 2019

In 2009 ontstond er grote vraag naar Nederlandse eieren toen de Europese Unie legbatterijen verbood bij onze oosterburen. De ontmanteling van Duitse legbatterijen leidde tot een periode van productie-uitval in het land. Drie jaar later, begin 2012, werd hetzelfde verbod van kracht in Nederland. Omdat producenten van ‘kooi-eieren’ de kooien waarin zij kippen hielden moesten verruimen, werd een deel van de Nederlandse productie gepauzeerd. Het algehele aanbod van eieren daalde en de prijs van scharreleieren piekte opnieuw. In 2015 veroorzaakte de Amerikaanse vogelgriep een toename in de vraag naar Nederlandse scharreleieren, en in 2017 legde ge fipronilcrisis een groot aantal pluimveehouders plat – waardoor de overgebleven boeren een betere prijs verdienden.

Lastig pakket

Het is de grilligheid van de markt. Toch vinden mijn gesprekspartners dat pluimveehouders ook zelf een rol spelen in de totstandkoming van de prijs. “Voorheen was het zo dat je vrijwel per definitie uitbreidde als je een paar goede jaren had gehad. Doet iedereen dat, dan creëer je aanbod en duw je met elkaar de prijs omlaag. Het tegenovergestelde is ook waar: als we met z’n allen 10% minder kippen zouden houden, zou de prijs omhooggaan. Maar dat krijg je niet onderling geregeld. Als boeren zitten we niet met elkaar op één lijn.”

“Overigens is de situatie wel veranderd. Door toenemende regeldruk vanuit de overheid is het tegenwoordig veel moeilijker om te groeien. Op zich hoeft die regeldruk niet verkeerd te zijn, zo wordt het aanbod van eieren in ieder geval niet groter.”

Een lastig pakket, ontdek ik. In de basis – de calamiteitenjaren uitgezonderd – drukken boeren dus hun eigen prijs omdat ze met elkaar meer produceren dan er vraag is. Maar iedere boer handelt – en begrijpelijk ook – primair vanuit het belang van zijn eigen continuïteit. Als de prijs laag is, gaat een boer echt niet minder produceren. En zo is één kant van het verhaal dat boeren met elkaar een prijs in stand houden die hen geen van allen dient.

Stijgende kosten

“Toen wij 30 jaar geleden begonnen hadden we 30.000 kippen. Dat ging financieel best goed. Nu hebben we 120.000 kippen. Hadden we dat niet gedaan, dan waren we nu geen kippenboer meer geweest. Met 20.000 à 30.000 scharrelkippen kom je vandaag de dag gewoon niet meer uit je kosten.” Mijn gastheer en -vrouw hebben dus schaal nodig om het hoofd boven water te houden. “De algemene trend in Nederland is dat we met elkaar minder dieren willen. Dat geeft niet, als wij er maar wel een boterham aan kunnen verdienen. “Kan het met 120.000 kippen wel uit? “Het kan altijd beter, maar in principe kan het.”

“Feitelijk telt de opbrengstprijs minus de voerprijs en vaste kosten onze winst uit. Die berekening is door de jaren heen min of meer gelijk gebleven. Echter er is een component bijgekomen: allerlei aanvullende kostenposten die onze winst drukken. De mechanische ventilatie die we tegenwoordig hebben, duwt de energierekening omhoog. Maar ook de bedragen die we aan de overheid moeten betalen nemen toe. Als er vogelgriep uitbreekt en je stallen geruimd moeten worden, wordt dat betaald uit het diergezondheidsfonds. Dat potje moeten wij zelf weer aanvullen. Stalbouw en mestvervoer zijn duurder geworden. En er zijn veel controles. Dat is niet verkeerd, maar het moet allemaal betaald worden. En dat doen wij.”

ei in gras

Ik werp tegen dat sommigen stellen dat je beter moet ondernemen, dat je moet innoveren, als je als boer een betere boterham wilt verdienen. “Dat klopt”, beaamt de boer. “De sterkste blijft over. Maar is dat eerlijk? Het gevolg is in ieder geval dat er steeds meer boeren stoppen.”

Te veel macht

Niet alleen de prijsdruk die de boeren zelf creëren en de kosten die zij hebben, spelen een rol. Ook supermarkten doen dat. “Voor ons gevoel hebben supermarkten te veel macht. Het zijn de grootste afnemers van onze producten, en worden alleen maar sterker. Als een supermarkt vandaag linksaf wil, gaan we met z’n allen linksaf. Willen ze morgen rechtsaf, dan gaan slaan we met z’n allen weer naar rechts af. En dat is gevaarlijk. Tot in het oneindige kunnen ze eisen stellen – die wij maar in te willigen hebben.”

“Zo bedenkt de Dierenbescherming het Beter Leven-keurmerk. In het geval van scharreleieren vereist dit keurmerk de aanbouw van een stuk stal, zodat kippen naar buiten kunnen kijken. Het leefoppervlak moet 20% groter worden, meer is het niet. Supermarkten pakken dit op, willen Beter Leven-eieren met één ster, en dus moeten wij weer bijbouwen om te kunnen blijven voldoen. Maar dat gaat niet. Over een jaar bedenken ze weer wat anders. Op een gegeven moment houdt het op, je kunt niet constant aan het bouwen blijven.”

Een ander voorbeeld van supermarktmacht is de schaarste die ontstond tijdens het fipronilschandaal. “Ineens was er vraag. Onze opbrengstprijs schoot omhoog naar €0,12 per ei en ook in de supermarkt ging de verkoopprijs omhoog. Toen de schaarste weer afnam, daalde ook onze opbrengstprijs weer naar het oorspronkelijke niveau. Echter de verkoopprijs in de supermarkt, is nooit meer gedaald.”

Ondanks verschillende pogingen lukt het me niet om de inkoop- en verkoopprijzen van supermarkten na te trekken. Supermarkten geven geen opening van zaken. Weet jij hoe ik prijshistories van supermarkten inzichtelijk kan krijgen? Laat het me weten!

“In principe bepaalt vraag en aanbod een eerlijke prijs. Daar hebben wij geen moeite mee. Waar wij moeite mee hebben is dat onze opbrengstprijs fluctueert en dat wij dit risico dragen, terwijl de verkoopprijs in de supermarkt constant blijft. De eieren waar wij €0,07 voor krijgen, liggen voor €0,25 in de supermarkt. De partij waar wij ze aan verkopen heeft €0,02 tot €0,03 marge voor het ophalen, in doosjes doen en wegbrengen. Als je dan kijkt wat er overblijft voor de supermarkt, is de pot oneerlijk verdeeld. En dat doet zeer.”

Respect

Ik vertel mijn gesprekspartners over mijn interview met René Bakker, de Managing Director van Fairtrade Original die terugkijkt op een carrière in de supermarktenwereld. Hij vond precies dit een onterechte manier van redeneren. Want, zo zei hij, “een supermarkt hebben in Nederland is een miljoeneninvestering.” Je moet niet naar omzet kijken, maar naar winst.

Daar sluit dit boerenechtpaar zich zonder meer bij aan. Maar voegen ook iets toe: “Zet de waarde van ons bedrijf en de tijd die we in ons werk steken af tegen het rendement dat we eraan overhouden. Het bedrijfsleven zou zich afvragen of we een gaatje in ons hoofd hebben. Bedrijven in het algemeen streven winstpercentages van zo’n 10 tot 15% na – wij komen nog niet eens aan de helft. Onze winstmarges zijn flinterdun, terwijl supermarkten er veel meer winst aan overhouden. We mogen er best allemaal aan verdienen, dat is het niet. Maar de verhouding is zoek.”

Tot slot vraag ik wat er nodig is om tot een eerlijke waardering te komen. Mijn gastheer antwoord zonder daar ook maar een seconde over na te hoeven denken: “Schaarste. Dat klinkt misschien raar”, zegt hij. “Maar door schaarste zouden mensen weer respect voor de boer krijgen en weer gaan snappen waar hun voedsel vandaan komt. Een kippenboerderij is geen fabriek. Mensen denken dat ik met een druk op de knop meer eieren uit mijn schuur laat rollen. Die allemaal dezelfde kwaliteit hebben. De realiteitszin is volledig weg.”

“Door schaarste zouden mensen weer respect voor de boer krijgen en weer gaan snappen waar hun voedsel vandaan komt.”

Al met al ben ik benieuwd: kan ik meer betalen voor mijn eieren? “Een hogere prijs zou niet per se een oplossing zijn”, stelt de boerin. “Als de industrie die onze eieren verwerkt in koekjes, mayonaise en salades vindt dat Nederlandse eieren te duur worden, gaan ze importeren.” Dus de grenzen sluiten? “Nee. Ook dat biedt geen uitkomst. Van de Nederlandse eieren gaat 60% de grens over. Als we de grenzen sluiten houden we geen boer meer over in Nederland.”

Kun je mijn zoektocht waarderen?

Met jouw steun maak je mijn zoektocht financieel mogelijk, draag je bij aan onafhankelijke journalistiek vrij van wiens invloed of belang dan ook, en faciliteer je een volledig open en toegankelijk gesprek over de waardering van de makers van ons eten.

Veel Nederlandse kippenboeren bestaan dus bij de gratie van internationale handel. Maar die openheid voelt ook krom, beluister ik. “Er worden enorm strenge eisen gesteld aan Nederlandse boeren. Ik heb niet het gevoel dat dit in het buitenland ook zo gebeurt. Zo mogen Nederlandse supermarkten geen kooi-eieren meer verkopen. Maar veel van de kooien die we in Nederland hadden, zijn naar Oekraïne gegaan. Daar worden eieren gelegd onder omstandigheden die wij niet meer willen, om vervolgens weer ingekocht te worden door Nederlandse voedselverwerkers. Voor €0,04 per ei, een prijs die wij als Nederlandse boeren nooit kunnen bieden. Het is gewoon hypocriet.”

Afvalberg Afrika

We sluiten af met een rondje door de stal. 20.000 kippen in één ruimte, dat is wel een gezicht. In een paar minuten tijd leer ik hoe de kippen weten waar ze hun eieren moeten leggen, dat een kip gemiddeld 25 uur nodig heeft om een ei te leggen en dat de kippen, na een leven van zo’n 80 tot 85 weken, worden geslacht om opgegeten te worden. “Maar niet door Nederlanders”, vertelt de boer. “Dit vlees vinden wij niet lekker en het bereiden duurt ons te lang. Een Nederlandse kipfilet gaart binnen het kwartier, onze legkip heeft een paar uur nodig. Het vlees gaat naar landen als Belgisch-Congo (sinds 1965 een onafhankelijke republiek, red.) om er soepkip van te maken. Of wij er wat voor krijgen en wat we ervoor krijgen, is bijzaak.”

Taxis in Madagaskar
Afgedankte Franse Renaults en Citroëns doen nog jaren dienst in Madagaskar.

Door een vakantie naar Madagaskar een paar jaar geleden kan ik me er wel iets bij voorstellen. Onze kippen naar Afrika. De hoofdstad, Antananarivo, leek wel het Frankrijk van de jaren ’70. De Renaults en Citroëns waar wij ons te goed voor voelen, doen daar nog jaren dienst. Hetzelfde geldt blijkbaar voor kippenvlees. Het kolonialisme is formeel voorbij, maar de geest van ongelijkheid leeft voort. Waar komen mijn oude auto, oude telefoon en blijkbaar ook de kippen die mijn eieren hebben gelegd terecht wanneer ze zich aan mijn gezichtsveld onttrekken? Afvalberg Afrika. Ik ben onderdeel van dit systeem en ik krijg er buikpijn van.

Foto’s: Maurice van der Spek