Gerechtigheid is in mijn leven altijd al een thema geweest. Als jongere lieten verhalen van wereldveranderaars me achter met groot ongenoegen. Ik heb een neus voor dingen die ‘niet kloppen’ en ik kan diep geraakt worden door situaties die uitzichtloos lijken. Maar ik begreep nooit echt hoe het kwam dat ik zo naar hoop snakte.

Goed gedrag

Totdat geloof een rol ging spelen in m’n leven. Het is alweer even geleden – begin 2011 – dat ik een Bijbelverhaal tegenkwam waardoor de puzzelstukjes op hun plek vielen. In dit verhaal is God onderweg met zijn volk. Ze werken zich uit de naad om bij God in de smaak te vallen. Maar als ze bidden, hoort God hen niet. Dus vragen ze hem: ‘Waarom ziet u niet dat wij vasten, en merkt u niet op dat wij ons onthouden?’

Het is een verhaal dat bol staat van goed gedrag. Deze mensen eten niet (vasten) en onthouden zich van dingen die ze normaal gesproken wel zouden doen. Als God een verzuurde oude man met een grijze baard zou zijn die je straft als je je niet aan zijn regels houdt, dan is hun streberigheid volkomen begrijpelijk.

Arbeiders afbeulen

Alleen… als ik verder lees zie ik dat God niet warm of koud wordt van hun pogingen om hem tevreden te stellen. Hij verhoort hun gebeden niet, “omdat jullie op je vastendagen nog handeldrijven en jullie arbeiders afbeulen.”

Au. Toen ik dit las stond m’n wereld even stil. God is ontdaan. Maar niet omdat ze zich niet aan regels houden waarvan ze dachten dat God die had opgelegd, maar omdat ze hun arbeiders afbeulen terwijl ze doen alsof er geen wolkje aan de lucht is.

Hoe kan ik zeker weten dat ik ‘mijn’ arbeiders – de mensen die werken voor het eten dat ik koop – niet afbeul?

Terug naar het hier en nu. Hoe kan ik er – in een geglobaliseerde wereld waarin ik niet zie wie er werkt voor het eten dat ik koop in de supermarkt – zeker van zijn dat ik niet doe alsof het allemaal wel snor zit terwijl ik daar helemaal niet zeker van ben? Hoe kan ik zeker weten dat ik ‘mijn’ arbeiders – de mensen die werken voor het eten dat ik koop – niet afbeul?

Kom met me mee

Ik duik de voedselindustrie in omdat ik geloof dat God geeft om de mensen die ons eten maken. De mensen die mijn eten maken. Misschien geef jij om de mensen achter de supermarkt om hele andere redenen. Kom mee op reis en praat me bij, zou ik zeggen!

Ga je mee op reis?

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.