15 april 2018. Het is een stralende zondagmiddag als een Zwitserse vriend me de melkveehouderij van zijn oom laat zien. Idyllisch ogend, ergens in het glooiende landschap van de Jura, met achterin de twintig koeien. Nathanaël vertelt dat hij zijn jeugd doorbracht op deze plek. Hij leerde door voor het boerenvak en werkt nu elders.

Werk voor twee, salaris voor één

Als hij zijn familie bezoekt, helpt hij echter nog altijd een handje mee. Net als zijn ouders dat permanent doen, zijn opa en de rest van de familie. De melkprijs is zo laag, vertelt Nathanaël, dat de verkoop ervan één salaris oplevert – maar er werk is voor twee.

Deze boerderij bestaat dus bij de gratie van het – praktisch – vrijwilligerswerk dat Nathanaëls familie er instopt. Natuurlijk krijgen ze een deel van hun uren betaald en de melk die ze thuis gratis drinken is ook een vorm van betaling. Maar het mag geen naam hebben, zegt Nathanaël. In verhouding tot het werk dat hij doet, vergoedt het bij lange na niet tegen de juiste prijs.

De middag raakt me diep. Dit soort verhalen hoorde ik eerder, maar nu zie ik het met eigen ogen. Nederland is Zwitserland niet en bij ons zal zo’n boerderij er anders – groter? – uitzien. Maar het principe is hetzelfde. Ook ik koop melk in de supermarkt. Hoe weet ik zeker dat de boer die daarvoor werkte, niet wordt uitgeknepen?

Schrijnend

Het raakt me ook, omdat ik net als Nathanaëls oom worstel met onderbetaling. Het is één van de redenen dat ik dit platform ben gestart en niet bij een krant ben gaan werken of erger: me laat uitmelken als journalistieke freelancer. De journalistieke salarissen en tarieven zijn schrijnend. Toch geloof ik: er moet een betere manier zijn om journalistiek te bedrijven én een degelijk salaris te verdienen. Al ligt die manier niet voor het oprapen.

Als samenleving zijn we niet bereid te betalen voor zaken die echt belangrijk zijn. Journalistiek is dat in mindere mate dan eten, maar desalniettemin belangrijker voor een gezonde democratie dan, bijvoorbeeld, Google. De advertentie-inkomsten die kranten voor het internettijdperk gebruikten om hun personeel mee te betalen, stromen nu naar Google. Hoe vaak betaal jij voor journalistiek? En als je betaalt, komt dat geld dan ook terecht bij de makers ervan, of bij een intermediair?

Bijbelverhaal

Die vraag, die komt niet uit de lucht vallen. Van jongs af aan zet onrecht bij mij iets in beweging. Als tiener werd ik geraakt door verhalen van wereldveranderaars. Vanbinnen brandde de onvrede, maar hoe die om te zetten in verandering – dat wist ik nooit. Totdat ik een Bijbelverhaal tegenkwam dat het gevoel waarmee ik al jaren rondliep, voor het eerst onder woorden bracht.

In dit verhaal is God in gesprek met zijn volk de Israëlieten. Ze werken zich uit de naad om God te plezieren, maar als ze bidden hoort hij hen niet. Dus vragen ze hem: “Waarom ziet u niet dat wij vasten, en merkt u niet op dat wij ons onthouden?” De Israëlieten vasten en doen van alles niet wat ze normaal gesproken wel zouden doen. Als God een verzuurde bejaarde zou zijn die je straft als je je niet aan zijn regels houdt, dan is hun streberigheid volkomen begrijpelijk.

Arbeiders afbeulen

Als ik verder lees zie ik dat deze stereotypering van God niet klopt. Hij zit niet te wachten op hun vrome gedrag. Hij verhoort hun gebeden niet, zegt hij, “omdat jullie op je vastendagen nog handeldrijven en jullie arbeiders afbeulen.” God is ontdaan omdat de Israëlieten de mensen die voor hen werken, mishandelen. Nu gaat het mij er niet zozeer om dat de Israëlieten dit toen zo deden. Het zet me eerder aan het denken: hoe zit dit in onze samenleving? En kan het zo zijn dat ik me hier zelf ook schuldig aan maak?

Ik leef in een geglobaliseerde wereld waarin ik niet kan zien wie er voor mijn eten werkt. Hoe zorg ik ervoor dat ik mijn ogen niet sluit voor onrecht dat mijn koopgedrag misschien in de hand werkt? Hoe kan ik zeker weten dat ik ‘mijn’ arbeiders – de mensen die werken voor het eten dat ik koop – niet afbeul? Ik ben in gesprek met de mensen die ons eten maken omdat ik geloof dat God om hen geeft. En hoop ik dat mijn manier van werken ondertussen iets in beweging zet bij de lezers en kijkers van journalistiek.

volg mijn reis

Volg mijn reis per e-mail of via social media. Óf maak ‘m live mee en schuif aan bij m’n volgende interview ›

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.